11
De man van mijn dromen…
is dol op muffins
Wat gebeurde er nou net? Sam stond in de lege deuropening van zijn appartement, te staren naar de voordeur. Oké, hij was behoorlijk onder de invloed van de pijnstillers en hij had voortdurend pijn, maar dat verklaarde niet dat hij zo in de war was van wat er net gebeurd was.
Het kwam door Autumn. Het ene moment was ze warm, het volgende ijskoud. Het ene moment legde ze haar hand op zijn borstkas, was het warm en fijn, en het volgende duwde ze zijn zoon de deur uit, omdat ze kwaad was omdat Veronica haar had aangezien voor Natalie.
Ik vind het alleen niet fijn om te worden verward met een of ander vriendinnetje. Ik heb het idee dat ik er daar te slim voor uitzie. Dat ik daar te slim voor bén. Wat bedoelde ze daar mee? Geen enkele vrouw met wie hij ooit was uitgegaan zag er stom uit, maar ze konden er ook niets aan doen dat ze niet allemaal even slim waren. Sommige mensen beschuldigden hem ervan dat hij alleen bepaalde vrouwen uitkoos, en dat was waar. Hij zocht vrouwen uit met net zoveel diepgang als een hovercraft, die snel doorstoomden naar de volgende sportman of rockster als hun relatie beëindigd was. Hij wilde nooit meer de pijn in iemands ogen zien als destijds in die van Autumn.
‘Kan ik iets voor je doen?’
Sam deed zijn ogen even dicht. Hij haatte verrassingsbezoekjes. Was een belletje vooraf soms te veel gevraagd? ‘Nee.’ Hij draaide zich om en liep naar de woonkamer om daar op Howie te wachten. Zijn schouder deed verschrikkelijk veel pijn. Het was dom geweest om de brace eraf te halen, maar hij dacht dat hij even snel zou douchen en hem dan meteen weer zou aandoen.
Hij pakte de zak doperwten en legde deze weer op zijn schouder terwijl hij heel voorzichtig ging zitten. Hij beet op zijn tanden en probeerde lekker te zitten. ‘Ik ben geen leuk gezelschap, V.’
‘Geeft niks. Wil je iets eten of drinken?’
Hij keek op naar Veronica, met haar mooie gezicht en geweldige lijf, met haar dikke, donkere haar en volle rode lippen. Hij wilde het liefste dat ze vertrok. ‘Nee.’
‘Was dat je zoontje?’
‘Ja.’
‘Knap mannetje.’
‘Dank je.’
Ze ging op de bank naast hem zitten. ‘Dus dat was zijn oppas?’
‘Zijn moeder.’
Een van haar perfect gevormde wenkbrauwen kroop omhoog over haar rimpelloze voorhoofd. ‘Dat had ik niet gedacht.’
De pijn dreunde door zijn schouder en arm. Hij legde zijn hoofd achterover en verschoof de zak met erwtjes een klein stukje. ‘Waarom niet?’
‘Ze is zo…’ Ze haalde haar schouders op en zocht naar het goede woord. ‘Gewoontjes, denk ik.’
Gewoontjes? Autumn? Met haar rode haren en zeegroene ogen en brutale mond. Autumn was helemaal niet gewoontjes, maar hij realiseerde zich dat hij dat zelf ook wel eens gedacht had. Maar dan waren er nog die andere keren. De keren dat hij zijn ogen niet van haar af kon houden. Niet van haar af wílde houden. Zoals daarnet, toen ze in zijn badkamer stond, met het licht van de luchter in haar haren. Die zeldzame momenten dat ze niet eerst warm deed en vervolgens kil, maar alleen maar warmte uitstraalde; hitte zelfs.
‘Waarvan ken je haar?’
Hij wilde niet praten over Autumn. Hij wilde niet eens aan haar denken. Want als hij aan haar dacht moest hij ook weer denken aan die keren dat hij met haar had ‘verwekt’. Op de een of andere manier hadden Conners vragen de herinneringen aan seks met Autumn weer opgerakeld. Aan seks in een hotelkamer, tegen een muur, in de douche en in een limo die door Vegas reed.
‘Heb je haar leren kennen toen je hier in Seattle kwam wonen?’
‘Alsjeblieft, V.’ Hij had pijn, slikte zware pijnstillers en hij was in gedachten bij Autumn, hun gedeelde verleden en hun huidige relatie, bij hun seks en haar grillige gedrag. En hij was nog steeds in de war.
Veronica deed net haar mond open om een discussie te beginnen, toen de bel ging en hij werd gered van haar kruisverhoor. Dat moest Howie zijn; hij hoopte van harte dat het Howie was, en niet weer een of andere ex. Hij had genoeg drama meegemaakt voor één dag. ‘Wil jij alsjeblieft opendoen, V.?’
Ze wierp hem een blik toe die aangaf dat ze hier nog niet mee klaar was, maar uiteindelijk tilde ze haar magere billen van de bank en liep naar de deur. Ze keerde terug met Howie achter haar aan. Sam had de kalende assistent-trainer wel kunnen zoenen.
‘Waarom draag jij je brace niet?’
Sam hield de zak doperwten stevig tegen zijn schouder en stond op. ‘Ik wilde gaan douchen.’
Howie keek fronsend naar Veronica en vroeg. ‘Wat was er onduidelijk aan mijn mededeling dat je geen enkele lichamelijke activiteit mocht ondernemen?’
Sam grinnikte. Howie zag het helemaal verkeerd en had nog de verkeerde vrouw voor ogen ook. ‘Ik dacht, dat red ik wel.’
‘Jullie ijshockeyers denken ook allemaal dat je Superman bent.’
Dat was wel een beetje waar. Ze vochten hun hele leven elke wedstrijd een zware strijd, maar pas als ze geblesseerd raakten, realiseerden ze zich dat ze in werkelijkheid maar mensen waren. Dat ze niet onoverwinnelijk waren. Het was een gegeven waar Sam vaker mee geconfronteerd werd, nu hij wat ouder werd.
Hij bleef vier dagen alleen thuis – om bij te komen, al werd hij vooral gillend gek – terwijl de Chinooks twee weken op tour waren om zes wedstrijden te spelen. De maandag erop liep hij naar het stadion, waar Howie hem hielp zijn schaatsen onder te binden. Hij schaatste wat mee met de jongens die ook te geblesseerd waren om wedstrijden te spelen. Omdat hij rechtshandig was, kon hij zelfs een paar eenhandige shots maken. Hij hoefde de mitella niet langer te dragen, maar de brace droeg hij nog steeds. Hij had zijn lesje geleerd.
Sam vond het vreselijk dat hij niet mee op reis was, al was hij wel vaker niet mee op stap geweest. In het seizoen waren er tweeëntachtig wedstrijden te spelen en de meeste spelers konden om verschillende redenen niet alle wedstrijden spelen. Desalniettemin had hij er een hekel aan lang op de blessurelijst te staan.
Na een week deed zijn schouder veel minder pijn, maar het zou nog een maand duren voordat hij weer een wedstrijd kon spelen. Hij haalde Conner op van school, waar zijn zoon hem voorstelde aan de juf en een paar van zijn vrienden. De jongen liep zo trots als een pauw met zijn vader rond, alsof hij wilde zeggen: ‘Zie je wel dat ik een papa heb.’
Sam nam hem mee naar de ijsbaan, waar ze het ijs voor zichzelf hadden. Conner had moeite overeind te blijven, maar als dat wel lukte had hij een aardig schot in huis, voor een vijfjarige. Woensdag ging Sam naar de sportschool om zijn beenspieren te trainen en op donderdag vroeg hij Autumn of ze Conner naar de baan kon brengen. Hij vertelde haar dat Natalie naar college was en hem niet kon wegbrengen. Dat was een beetje een leugen. Natalie ging wel naar college, maar niet op donderdag. Hij wist niet helemaal zeker waarom hij daarover had zitten liegen; de enige reden die hij kon bedenken was dat hij graag wilde weten of ze echt zou komen opdagen. Na die eerste dag dat hij vol pijnstillers wilde praten over haar cupcakes, wist hij niet zeker of ze weer net als eerst normaal tegen elkaar konden doen. Of wat normaal mocht heten tussen hem en Autumn.
Hij had geregeld dat iemand van kantoor haar en Conner zou opvangen en naar de kleedkamer zou brengen. Hij was aangenaam verrast toen ze inderdaad kwam opdagen. Ze droeg een donkerblauwe jas over zo’n ouderwets jurkje dat ze wel vaker droeg. Al had hij eerlijk gezegd verwacht dat ze zou komen opdraven in dat shirt van Crosby.
Conner zat op de bank en zij zat op haar hurken zijn schaatsen vast te maken. Haar rode haar viel over haar schouders en voor haar ogen en ze veegde het ongeduldig achter haar oor. De zoom van haar ouderwetse stippeltjesjurk schoof over haar dijen omhoog. Ze droeg geen panty, dat vond hij erg aantrekkelijk; hij zag liever kousen en jarretelles.
‘Klop-klop, papa.’
Sam kreunde inwendig en wendde zijn blik af van Autumns bovenbenen. ‘Wie is daar?’
Hij antwoordde grijnzend: ‘Sam.’
‘Sam wie?’
‘Sammitella.’
Sam lachte. ‘Dat was een goeie.’
‘Weet ik.’
Autumn grinnikte en keek even samenzweerderig naar hem met haar grote groene ogen, voordat ze haar blik weer richtte op de schaatsen. ‘Hoe gaat het met je?’
‘Gaat wel, als ik niet te veel doe.’ Hij ging op de bank zitten en hielp Conner in zijn elleboogbeschermers.
Autumn legde een dubbele knoop in de veters en keek naar Sam, met zijn blonde hoofd gebogen over zijn zoon, die hij met één hand probeerde te helpen. Ze was vanuit haar werk rechtstreeks naar de bso gereden om Conner op te halen. Eerder die dag was ze met Shiloh naar haar vriendinnen Lisa en Jen gegaan, om hun huwelijk te plannen. Het was niet de eerste keer dat ze de bruiloft van een homostel deden, maar het was wel de eerste keer dat het bekenden waren en ze wilden een perfecte dag voor het stel organiseren.
Nadat ze Conner had opgehaald, was ze naar de KeyArena gereden. Daar waren ze opgevangen door iemand van de organisatie rondom de Chinooks, die hen door het complex had geleid naar de baan waar ze nu waren. Vlak daarna kwam Sam eraan geschaatst. Hij droeg een zwart joggingpak en zag er enorm groot uit op zijn schaatsen. Hij droeg geen beschermers en droeg geen mitella meer. Hij zag er warm en bezweet uit en zijn haar stond alle kanten op. Alsof hij net uitgebreid getraind had. Vanwege zijn sport of gewoon voor zijn plezier, misschien wel met een van zijn supermodellen. Ze wist maar al te goed hoe uitputtend lichaamsbeweging met Sam kon zijn; hij had het uithoudingsvermogen en de vasthoudendheid van een topsporter.
Er verscheen een frons op haar voorhoofd. Dit was niet het moment om aan Sams prestaties te denken, behalve aan zijn sportieve. ‘Moet je geen beschermers om?’
‘Nee hoor, tenzij Conner me een zet geeft en me met mijn gezicht in het plexiglas duwt is er niets aan de hand.’
Conner lachte. ‘Ik zal je niet duwen, papa.’
Autumn pakte een kniebeschermer van de bank en deed ook deze om.
‘Die heb ik niet nodig.’
‘Je wilt ze niet om, maar je hebt ze wel nodig.’
‘Je went er vanzelf aan. Net als aan je helm. Het hoort er allemaal bij,’ zei Sam en hij gaf Autumn de tweede kniebeschermer. ‘Vroeger hielp mijn moeder me altijd met alles aantrekken.’
‘En je vader ook?’
Sam schudde zijn hoofd. ‘Hij was er niet in geïnteresseerd.’
Niet geïnteresseerd in zijn eigen zoon? Autumns handen vielen stil. Dat geloofde ze niet.
Hij keek haar aan, alsof hij zag wat ze dacht. ‘Hij was een politieman. Een heel goede zelfs, maar hij was geen goede vader.’ Net als ik. Hij liet zijn blik weer zakken, maar niet voordat Autumn die gedachte duidelijk zag weerspiegeld in zijn ogen. Maar Sam was wat haar betreft een betere vader. Hij had de laatste tijd veel meer aandacht aan Conner gegeven. Hij deed echt zijn best en hield zijn woord. Als je haar dat van tevoren had gevraagd, dan had ze het niet gedacht. Dan zou ze hebben gezegd dat hij het niet had volgehouden. Maar goed, er waren pas zes weken verstreken sinds de komst van Sam 2.0, de nieuwe, verbeterde versie.
Ze deed het laatste bandje vast en stond op. Met zijn goede hand zette Sam Conner zijn helm op en hielp hem overeind.
‘Het ijs is niet pas geveegd, zoals laatst. Nu zul je vast minder vaak vallen.’
‘Fijn.’ Conner klonk opgelucht en zo stapten ze samen op het ijs, waar hij direct tussen Sams lange benen ging staan. ‘Ik vind het niet fijn om steeds te vallen. Dat doet pijn aan mijn bips.’
‘We hadden toch iets afgesproken over “bips”?’
‘Ja.’
Ze bewogen hun schaatsen gelijktijdig en gleden over het ijs. Ze zagen eruit als – ze durfde het niet eens te dénken – twee pinguïns.
‘Wat hadden we dan afgesproken?’
‘Dat mama niet zo slim is als jongens, omdat ze een meisje is.’
Autumn verplaatste haar blik van hun schaatsen naar Sams gezicht, die schuldig naar haar keek.
‘Eh… ik kan me niet herinneren dat ik dat heb gezegd.’ Hij keek er heel schaapachtig bij.
Ze tilde een wenkbrauw op en probeerde niet in lachen uit te barsten. ‘Wat ben jij een slechte leugenaar.’
Sam grinnikte en de twee mannen staken gezamenlijk al schaatsend de baan over. Hij liet Conner halverwege de middenlijn en de goal staan, daarna legde hij wat pucks voor hem neer. Zelfs met een helm op en zijn schouderbeschermingen aan, zag Conner er heel klein uit naast zijn vader.
‘Kun je mij die sticks geven?’ vroeg Sam en hij wees op de bank achter haar. Ze deed haar dikke winterjas uit en legde die op de bank. Daarna trok ze de mouwen van haar vestje omlaag en schoof haar brede rode riem weer op zijn plaats. Toen pakte ze de twee ijshockeysticks. De ene was groot en de andere klein. Bij allebei zat er tape over de handgreep en om de kromming van de stick. Sams nummer, 16, stond in het zwart op de grote én de kleine stick.
Heel voorzichtig stapte ze van de rubbermat op het ijs. Ze bleef een paar tellen stilstaan om ervoor te zorgen dat ze niet op haar gat zou vallen. Maar de zolen van haar rode flatjes schoten niet onder haar benen vandaan en ze bewoog zich voorzichtig in de richting van Conner. De ijskoude lucht verplaatste zich via haar blote benen naar haar lijf en er schoven ijsschilfers in haar schoenen. Als je aan de andere kant van het plexiglas stond, zag het ijsveld er veel groter uit dan vanaf de tribune.
Ze overhandigde Sam en Conner hun sticks en voelde ineens haar schoenen wegschuiven, waarna ze haar armen uitstak om in evenwicht te blijven. ‘Hoo!’
Sam liet zijn stick vallen en pakte haar arm vast. ‘Nu snap ik waar Conner zijn gebrekkige evenwichtsgevoel vandaan heeft.’
‘Ik kan mijn evenwicht heel goed bewaren.’ Ze keek in zijn ogen. Zijn knalblauwe ogen. Door de schaatsen was hij nog groter dan anders. Ze moest haar hoofd bijna in haar nek leggen. ‘Alleen niet op het ijs.’ Ze wilde zich omdraaien, maar hij hield haar tegen.
‘Steek je arm door de mijne.’
‘Ik wil jou niet mee omlaag trekken.’
Hij liet haar arm los en stak zijn rechterarm uit. ‘Je bent niet groot genoeg om mij omver te trekken.’
Heel voorzichtig, om hem zo min mogelijk aan te raken, stak ze haar arm door de zijne en pakte hem bij zijn bovenarm. De warmte straalde van zijn lijf af en haar vingers omklemden zijn biceps. Zijn hete, bezwete bovenlichaam straalde een warmte af die haar deed denken aan de keren dat hij met zijn ontblote, bezwete huid tegen de hare rustte. Haar hart sloeg op hol. Het was een puur fysieke herinnering en haar lichaam gloeide op. ‘Jeetje, wat ben jij heet,’ liet ze zich ontvallen.
Hij grinnikte. ‘Dank je. Jij ziet er ook lekker uit in dat jurkje, al heb ik geen idee waarom. Het is nogal ouderwets.’
Ze keek omlaag naar haar stippeljurk. ‘Het is een vintage jurkje.’
‘O, een tweedehandsje.’
‘Soms krijgen dingen meer waarde als ze wat ouder worden. Zoals wijn en kaas.’
‘En whisky en seks ook.’
Ze besloot er niet op in te gaan. ‘Ik bedoelde natuurlijk je lichaamstemperatuur.’
‘Weet ik.’
Ze liet haar blik van zijn sterke biceps naar zijn gespierde kaak en zijn blauwe ogen gaan. ‘Het is koud hier.’
‘Valt wel mee,’ zei de man die warmte uitstraalde als een kolenkachel.
Ze waren bij de rubbermatten aanbeland en ze liet zijn arm los. Ze balde haar vuist en voelde zijn warmte nog nagloeien in haar handpalm.
‘Wil je naar de vipbox? Daar is het warmer.’
Ze keek langs hem heen naar Conner die tegen pucks stond te slaan. Ineens viel hij hard op zijn billen. ‘Ik blijf wel naar Conner en jou kijken.’ Ze ging op een bank zitten en sloeg de jas om haar blote benen.
‘Blijf zitten.’ Hij schaatste naar de spelerstunnel, terwijl zij toekeek hoe Conner pogingen deed weer op te staan. ‘Gaat het?’ riep ze.
Hij knikte, zijn helm wiebelde op zijn hoofd. Hij schoof beide voeten weer bij elkaar en stond op. Nu ze erover nadacht, had ze beter wat anders aan kunnen trekken voordat ze Conner ging brengen. Een skibroek en sneeuwlaarzen bijvoorbeeld, maar haar hoofd zat zo vol met dingen die ze nog moest doen voor het vijftigjarig huwelijksfeest van het echtpaar Kramer, dat morgen gevierd werd.
Vijftig jaar. Ze vouwde haar armen over elkaar en trok haar schouders op tegen de kou. Haar ouders hadden het nog geen vijftien jaar met elkaar uitgehouden. Haar grootmoeder was overleden voordat ze haar gouden bruiloft kon vieren. En Autumns huwelijk… tja, dat kon je niet eens een echt huwelijk noemen. Als ze niet zwanger was geraakt had ze Sam nooit meer gezien. Maar dat er mensen waren die wél een vijftigjarig huwelijk vierden zette haar aan het denken, ondanks haar cynische kant.
‘Sta eens op.’ Sams zwarte kleding met het vissenlogo verscheen weer in haar blikveld. Onder zijn goede arm hield hij een donkergroene deken.
Ze stond op en hij drapeerde de deken om haar schouders. Haar jas viel naar beneden en zakte over haar voeten. De deken trok ze op tot onder haar kin. ‘Weet je zeker dat je het nou warm genoeg hebt?’
Toen ze knikte veegde hij met zijn knokkels langs haar kin. ‘Je beweegt je arm.’
‘Ik mag mijn arm wel bewegen,’ zei hij met zijn blik op haar gericht. ‘Alleen mijn schouder niet.’
‘Ik ben klaar, papa,’ riep Conner.
‘Ik kom er zo aan, jongen,’ Hij streek met zijn duim over haar kaak. ‘Weet je nog dat we in mijn badkamer stonden te praten over je muffin?’
‘Je bedoelt mijn cupcakes.’
Hij grijnsde. ‘Ik dacht dat we het hadden over je muffin.’
‘Dat komt door je medicijnen.’ Ze hield haar lachen met moeite in. ‘Het waren cupcakes.’
‘Ik hou wel van een muffin.’
Ja, dat wist iedereen op deze aardbol wel. ‘Waar wil je heen?’
‘Nou, dat het misschien wat te ver ging als we het over je muffin hadden. Maar nu blijkt dat we het over cupcakes hadden, had ik…’
‘Sam, wat doe je daar met die arme vrouw?’ onderbrak een mannelijke stem zijn betoog. Autumn draaide zich om en zag de man de spelerstunnel uit komen. Verrast bleef Ty Savage staan. ‘Zit je nou Autumn de weddingplanner lastig te vallen?’
‘Hallo,’ zei Autumn verrast. ‘Hoe gaat het met je?’
‘Goed.’ Hij keek van de een naar de ander. ‘Kennelijk ken je Sam.’
Sam liet zijn handen vallen. ‘Autumn is mijn ex-vrouw.’
Ex-vrouw? Meestal stelde hij haar voor als ‘de moeder van Conner’.
Ty’s donkere wenkbrauwen schoten omhoog. ‘O.’
Zijn verbazing kwam Autumn bekend voor. Ze was duidelijk niet het type waar Sam meestal op viel.
‘Wat kom jij doen?’ vroeg Sam aan zijn vroegere teammaat.
‘Ik kom wat video’s bekijken met jong talent.’
‘Zit er nog wat tussen?’ vroeg Sam, heel nonchalant, alsof hij het daarnet niet over haar muffin en cupcakes had.
‘Een knul uit Rusland en een jonge student uit Syracuse met een heel goede slag.’
‘Alleen jonge kerels dus?’
‘Ja, we hebben al genoeg verwende veteranen zoals jij.’
‘Pap!’
Sam draaide zich om naar Conner. ‘Ik kom eraan.’
‘Leuk je weer te zien, Autumn.’ Ty draaide zich om en zei over zijn schouder: ‘Als jullie Jules ergens zien, zeg hem dan dat ik hem zoek.’ Toen was hij verdwenen.
‘Denk je dat je het nu warm genoeg hebt?’
Autumn knikte en toen Sam het ijs op stapte, boog ze zich voorover en raapte haar jas op. Sam schaatste naar Conner en raapte zijn stick op. Vader en zoon sloegen de puck naar elkaar over. Ze zag hoe Sam zijn zoon af en toe aanraakte en hem geduldig hielp als hij viel. Als ze een stuk moesten schaatsen, dan bleef hij naast Conner. Sam gleed met gemak over het ijs, terwijl Conner worstelde, wankelde en vele malen bijna viel. Als ze spraken, mengde Sams lage stem zich met Conners kindergeluid. Ze moesten allebei lachen en dat geluid sneed door haar ziel.
Autumn greep naar de BlackBerry in haar jaszak, voordat ze helemaal verdrietig werd. Haar deken viel van haar schouders. Stel je voor dat ze nu ging huilen. Ze las haar e-mailberichten, stuurde er een paar terug en sms’te met Shiloh. Daarna opende ze haar agenda. De vrijdag na Thanksgiving zou ze met Conner vertrekken voor een lang weekend weg. Daarvoor moesten ze vrijdagochtend vroeg al vertrekken, al was het Sams beurt voor die vakantiedag; dus moest ze hem om toestemming vragen. Dat was irritant, want Sam was een Canadees en hij vierde niet eens Thanksgiving op de vierde donderdag in november! Maar meestal was het zo dat Sam tijdens zijn vakantiebeurt de stad niet verliet. Hopelijk zou hij Conner die avond naar haar huis brengen, zodat ze voor dag en dauw konden vertrekken. Het zou de eerste Thanksgiving zijn dat ze geen uitgebreid feestmaal maakte voor haar broer en Conner. Want Conner zou bij Sam zijn, Vince was aan het werk; zij had dus de hele dag voor zichzelf.
‘Zit u op iemand te wachten?’
Ze keek op en zag een zwart met bruin geruite broek, een zwart overhemd met een das, en daaroverheen een zalmroze trui. De man was zeer goed getraind, had een donkere huid, zwart kort haar en diepgroene ogen.
‘Ik wacht op mijn zoon.’ Ze wees naar het ijs, waar Conner weer tussen Sams benen stond.
‘Ben je Conners moeder?’
‘Ja.’
‘Ik ben Julian.’ Hij ging naast haar zitten. ‘En volgens mij ben je bezig met mijn huwelijk.’
‘O.’ Ineens begreep ze de roze trui. ‘Jij bent de verloofde van Bo Ross.’ Ze stak haar hand uit. ‘Leuk je te ontmoeten.’
Hij schudde haar hand. ‘Ik ben blij dat je Chelsea en Bo een gezamenlijk huwelijk uit het hoofd hebt gepraat. Soms maken ze zelfs elkaars zinnen af en ik was al bang dat ik de verkeerde zou trouwen.’
Autumn glimlachte. Zo lang kende ze de tweelingzussen nog niet, maar ze dacht wel dat Julians bezorgdheid terecht was. Daarbij dacht ze, gezien Julians gedurfde kledingcombinaties, dat het maar goed was dat Bo dol was op zwart en wit.
‘Wat een leuk polkadotje.’
Verbaasd liet ze zijn hand los. Wist hij hoe dat heette? ‘Dank je. Ik heb hem gevonden in een klein tweedehandswinkeltje op Pine Street.’
‘Dat ken ik. Daar heb ik vorig jaar een mooi jarenvijftigpak op de kop getikt.’
‘Dat blauwe?’
‘Precies.’
‘Dat pak herinner ik me nog. Staat je vast heel goed.’
‘Ik ben de enige die het mooi vindt.’ Hij haalde zijn schouders op. ‘Ik heb Conner een paar weken geleden leren kennen, toen we tegen de Stars moesten spelen.’ Hij bestudeerde haar gezicht aandachtig. ‘Je ziet er heel anders uit dan ik had verwacht van een ex van Sam.’
‘Je bedoelt dat ik geen heel lange benen heb en collageenlippen en een supermodel ben?’
‘Nee, je bent veel mooier dan zijn supermodellen.’
Autumn moest lachen. ‘Ja ja.’
‘Echt waar. Tot vandaag dacht ik dat Sam een vreselijke smaak had wat vrouwen betreft, maar jij bent een aangename verrassing. Een prachtige roodharige.’
Dat was zo’n ongelooflijke leugen, dat ze nog harder moest lachen. Ze legde haar hand tegen zijn schouder en gaf hem een plagerig zetje, zoals ze ook bij Vince zou doen. Hij voelde net zo aan als Vince.
Pas toen ze het geluid van schaatsen op het ijs hoorde keek ze op. Sam remde en een regen van ijsdeeltjes dwarrelde om hem heen. Met een ijzig blauwe blik keek hij Julian aan.
‘Savage heeft je nodig, slijmjurk.’
Sam pakte een zak diepvriesdoppers en deed de vriezer weer dicht. Hij schoof de zak onder zijn sweater en drukte hem tegen zijn schouder. Daarna liep hij zijn woonkamer in en ging bij de enorme ruit staan die uitkeek over de baai. Toen hij Autumn had zien lachen met Julian, zo op haar gemak dat ze hem aanraakte, was hij ineens zo geïrriteerd geraakt, zo kwaad, dat hij Julian een slijmjurk had genoemd. Niet dat hij het erg vond om mensen uit te schelden, ook mensen die hij graag mocht. En hij mocht Julian echt graag, maar meestal wist hij precies waarom hij de ander uitschold.
Je kunt hier elke vrouw ontvangen die je wilt, zei Autumn laatst nog tegen hem. Net zo goed als ik iedereen in mijn huis kan ontvangen. Tot die dag had hij er nooit over nagedacht dat zij ook wel eens mensen zou kunnen ontvangen. Bij haar thuis bijvoorbeeld. Dat kwam vast omdat Conner het nooit over een andere man had gehad dan Vince. Dus had Sam de conclusie getrokken dat er verder niemand was die een rol speelde in haar leven. Hij had zich nooit afgevraagd of er een man was in haar leven, een langdurige relatie of een scharrel, of af en toe een vriendje.
Nu vroeg hij zich dat wel af en daarbij waarom hij zich zo ongemakkelijk voelde bij de gedachte van haar met iemand anders. Hij wilde zichzelf graag wijsmaken dat het kwam omdat hij niet wilde dat zijn zoon met al die mannen in aanraking kwam. Dat Vince al meer dan genoeg man was in het leven van zijn zoon.
Maar er was meer aan de hand. Misschien was het de gedachte dat er iemand in haar bed zou liggen, dicht tegen haar zachte lichaam aan, in een huis dat feitelijk gezien zijn eigendom was.
Nee, er was meer aan de hand. Het geld dat hij haar gaf om voor Conner te zorgen deed hem niets. Maar dat was iets heel anders dan iemand die tegen haar zachte lichaam aan zou liggen. Van alle mannen op deze wereld had híj echter wel het minste recht om zich te bemoeien met degene die ’s nachts in bed tegen haar aan kroop. Dat wist hij best. Toch weerhield hem dat er niet van om de laatste tijd zoveel over haar na te denken.
Autumn en hun weekend in Vegas bleven hem door het hoofd spoken; hij kon het niet van zich af schudden. Als een boze, maar hete droom die hem vervulde met een roekeloos en allesomvattend verlangen.
Misschien kwam het omdat hij meer tijd doorbracht met Conner en haar dus ook vaker zag. Misschien kwam het omdat hij anders zoveel op pad was, en de afgelopen dagen te veel tijd had gehad om na te denken. Hij kon de gedachte om haar overal aan te raken niet uit zijn hoofd zetten.
Misschien kwam dat omdat hij de laatste weken helemaal niemand had aangeraakt. Misschien verveelde hij zich gewoon.
Wat het ook was, het werd tijd om het uit te vogelen.